Mirjam Scholten

Mirjam Scholten


Roepnaam Mirjam, doopnamen Maria Johanna Elisabeth. In 1953 geboren in Rotterdam. In de wijk Overschie, vlakbij het toen nog  kleine vliegveld Zestienhoven. Vanaf de derde klas bleek ik veel moeite te hebben met rekenen, maar voor taal draaide ik mijn hand niet om. Ik was dol op lezen en leende wat er maar te lenen viel in de openbare bibliotheek. Het schoolhoofd, een nare man, benadrukte in de zesde klas mijn slechte rekenprestaties en verwees me naar de huishoudschool. Mijn vader zag dat echter anders. Over mijn hoofd heen voerden die twee strijd. Op school was ik ofwel lucht voor de bovenmeester, óf zat hij me dwars. De verhuizing van ons gezin naar Bloemendaal verzette alle bakens voor mij. Ik kreeg op de nieuwe school nieuwe kansen, voelde me er welkom en kon hierdoor een stuk beter leren.

 

Maar op het Triniteitslyceum  in Haarlem werd wel duidelijk dat het met rekenen en exacte vakken in het algemeen nooit wat worden zou. Het werd gymnasium alfa. Daaraan zou ik tot en met het eindexamen mijn handen vol hebben.

 

Toen ik nog op de lagere school zat, belandde er een oude Remington-schrijfmachine in het ouderlijk huis. Omdat ik typen zo leuk vond, bedacht ik dat een boek schrijven dé manier was om dagelijks ‘iets’ te typen te hebben. Schrijven ging vanzelf, zo bleek. De woorden vlogen het witte papier op. Ik schreef een jeugdpocket, zoals dat heette, uitgebracht door Uitgeverij Westfriesland, in de reeks Witte Raven. Met mijn vader dieselde ik naar Hoorn om het contract te tekenen voor deze eersteling: Matties zotte inval. Daarna volgden er in hoog tempo nog vier, waarvan de laatste in 1970 op de markt kwam. Toen was het welletjes. Ik bleef schrijven, korte verhalen, die in de la gingen. Op één na, waarmee ik een schrijfwedstrijd won. Eén vingeroefening kwam me op het eindexamen goed van pas Ik gaf aan het opstelopdracht zo’n draai dat ik het pas geschreven verhaal dat nog helemaal in mijn hoofd zat, kon gebruiken. Ik kreeg er een 9 voor. Wiskunde leverde me daarentegen een vette onvoldoende op. Maar ik was geslaagd, met de hakken over de sloot.


Al jaren stond voor mij vast dat ik bibliothecaresse wilde worden en naar de Frederik Muller-academie zou gaan. Helaas was ik niet standvastig genoeg toen docenten, en in één moeite door mijn ambitieuze vader, deze keus een gemiste kans noemden gezien de waarde van mijn diploma. Ik moest daarmee naar de universiteit. En ik ging, maar niet voor lang. Na anderhalf jaar bleek mijn studie Nederlandse taal- en letterkunde een mislukking. Ik wilde daarmee niet verder, maar wat dan? Eerst maar een baantje zoeken. In de jaren zeventig was er werk genoeg; ik kon direct aan de slag in Utrecht, bij uitgeverij Oosthoek, als documentalist voor de redactie die de gerenommeerde Oosthoek-encyclopedie omwerkte tot een combinatie van woordenboek Van Dale en genoemde encyclopedie in een gepopulariseerde, losbladige versie. Al snel kon ik met succes op een vrijkomende redacteurfunctie solliciteren. Zo’n beetje bij handopsteken door mijn collega’s en chef bekokstoofd. In die tijd liep mijn parate kennis van wat zich in de wereld afspeelde synchroon met de letter van het alfabet waar de redactie op dat moment was aanbeland.

 
Na wat gerommel in de marge qua studeren belandde ik eind jaren zeventig op de redactie van het ledenblad van de Nationale Woningraad in Amsterdam. Ik maakte de spannende overstap naar de fusieorganisatie Aedes in 1998 mee en reisde voortaan naar Hilversum. Het was een tijd waarin woningcorporaties hun vleugels konden uitslaan en dat volop deden.


In 2006 nam ik ontslag. Ik werd een vrije vogel, die van opdracht naar opdracht fladderde.


Momenteel staat mijn werk vooral in het teken van boeken schrijven over onderwerpen die op mijn pad komen.

 

Tot zover mijn schrijvende bestaan.  Mijn hele volwassen bestaan heb ik een parallel leven als vrijwilliger: taalles geven -  Turken en Marokkanen, mannen en vrouwen in mijn Amsterdamse Transvaalbuurt, gevangenen in de Bijlmerbajes, niet-Nederlandstalige arbeidskrachten in Hoorn -  en mensen helpen via Slachtofferhulp. Nu ben ik al jaren ondersteuner bij rouw en verlies, inmiddels bij Stichting De Wering. Mijn basis hiervoor is de opleiding die ik volgde bij het Expertisecentrum Omgaan met verlies van verliesdeskundige Riet Fiddelaers.