Mirjam Scholten

Ouderdom
Hoe word je in deze tijd een beetje leuk oud? Niets doen is geen optie. Het is belangrijk dat je niet in een hoekje gaat zitten wachten op wat komen zal. Wil je lang, comfortabel en veilig zelfstandig thuis blijven wonen, dan ben je er niet met slechts fysieke maatregelen, zoals een traplift en een beugel in de douche. Het sociale element is minstens zo belangrijk. Je hebt mensen om je heen nodig.

 

Leefstijl
Een huisarts: ‘Patiënten zeggen tegen me dat ze honderd willen worden. Die denken daarbij aan een mooie oude dag. Die is echter voor velen niet weggelegd. Mensen die flink roken en drinken houden daar wel rekening mee. Ze hebben het er wel voor over dat ze als gevolg van hun leefstijl jonger zullen sterven. Maar ze beseffen niet dat die ongezonde levenswijze hun laatste jaren heel vervelend kan maken.’

 

Dementie
Veel mensen vrezen voor dementie. Logisch, aan deze ontluisterende ziekte lijden momenteel ruim 270.000 mensen. De Alzheimer Stichting verwacht ‘een explosieve stijging’ naar meer dan een half miljoen in 2040, met de piek in 2055 van ruim 690.000. Ouderenspecialist Rudi Westendorp is optimistischer, in die zin dat hij denkt dat het aantal lager zal uitvallen als goed ingezet wordt op preventie. Nu al, zegt hij, is de kans om op hoge leeftijd dementie te ontwikkelen, belangrijk lager bij mensen die na het jaar 2000 oud worden. Op hersenscans is na dat jaar veel minder schade door aderverkalking te zien dan daarvoor. Dit spoort met het gegeven dat de epidemie van hart- en vaatziekten op haar retour is.
Westendorp pleit voor een landelijke screening van de bloeddruk. Momenteel blijft grofweg de helft van de mensen met hoge bloeddruk onopgemerkt, en dat terwijl deze een dementiebevorderende factor van belang is.

 

Meetellen
In de laatste levensfase openbaart zich in veel gevallen chronische ziekte. En het blijft er meestal niet bij eentje. Je wereld wordt klein. Je leeft nog, maar het echte leven trekt aan je voorbij. Het gemoedelijke bejaardentehuis van vroeger bestaat niet meer en de drempel voor het  verzorgingshuis is hoog. Is het verpleeghuis voor jou een schrikbeeld? Je bent lang niet de enige. Daar hebben ze immers geen tijd voor je, niet voor een praatje en niet om je fatsoenlijk te wassen, dat vooral is wat we via de media vernemen. Je kunt je dan afvragen of je nog meetelt. Mag je er nog zijn? Wat is je leven nog waard? Je bent de maatschappij slechts tot last. Alleen de geraniums op de vensterbank wachten op je. 

 

Eenzaamheid
Eenzaamheid is meer dan een nare gemoedstoestand, ze is ook gezondheidsbedreigend. Er is meer kans op hoge bloeddruk, op meer stress en op depressie. Eenzame ouderen hebben twee keer zoveel kans op een vroegtijdige dood als mensen met overgewicht en hebben een hoger sterfterisico dan ouderen die roken.

 

De dood
Geestelijk raadsman Peter is persoonlijk nogal eens in aanraking gekomen met de dood. ‘Vergankelijkheid is een levensthema geworden.’ Hij kwam meer dan eens in situaties waarin hij machteloos stond en mensen niet kon redden. ‘Alles gaat voorbij. Hierdoor sta ik vaak stil bij de vraag of ik het goed doe in mijn leven. Ik denk dikwijls: wat gaat het allemaal snel… Daarom wil ik geen tijd verdoen met zinloze zaken, zoals langdurige boosheid, of mij blind staren op materieel eigendom.’

 

Margriet: ‘Onze generatie is de eerste die de mogelijkheid heeft haar laatste wil vast te leggen en uitgevoerd te krijgen. Dat is heel anders dan vroeger, toen je maar moest afwachten om te kunnen doodgaan. Maar ja, toen hadden velen nog het geloof om zich aan vast te houden. Dat hebben veel mensen nu niet.’

 

De in 2015 overleden filosoof René Gude: ‘Ik ben niet bang om dood te zijn. Ik weet niet wat de dood is. Ik heb er geen ervaring mee. Ik ben wel bang om dood te gaan, te stikken. Omdat je niet weet wat het is, probeer je je misschien voor te stellen wat ‘dood zijn’ betekent. Maar dan is je verbeeldingskracht aan het werk. En van die voorstelling kun je volkomen van slag raken. Als je van de dood iets verschrikkelijks hebt gemaakt, kun je letterlijk doodsbang worden. Of verdrietig of boos.’

 

De zorg
De palliatieve zorg in Nederland kwam aanvankelijk nauwelijks van de grond, in tegenstelling tot in andere landen. Dat heeft te maken met de euthanasiebeweging die bij ons in de jaren zestig sterk opkwam, juist in de periode dat elders de palliatieve zorg zich ontwikkelde.

 

Pijnbestrijding is een belangrijk onderdeel van palliatieve zorg. Logisch, pijn belemmert op allerlei manieren de kwaliteit van leven. Pijn is overigens niet alleen fysiek, maar kan ook psychisch lijden zijn, of spiritueel. Er is sociaal lijden, de pijn omdat je je dierbaren moet verlaten. Je kunt met vragen worstelen zoals waarom dit nu juist jou moest overkomen. Vragen die de pijn die je voelt nog erger maken. Pijn is behalve meerledig ook subjectief. Dezelfde lichamelijke pijn is voor de een ondraaglijk en betekent voor de ander: ik voel pijn, dus ik leef nog.

 

De beslissing van niet doorbehandelen moet het resultaat zijn van een proces van begeleiden en besluitvorming door meerdere personen. Er mogen geen besluiten vallen die niet passen bij de fase of situatie waarin iemand verkeert. Maar ja, dat is lastig te bepalen. Er is dikwijls een schemergebied. Men weet niet hoe het uitpakt. Als niet behandelen de beslissing wordt, is alle aandacht nodig voor de impact hiervan op de patiënt. Als die juist doorwil, graag nog behandeld wil worden, kan hij zich uitgerangeerd voelen.

 

Voormalig huisarts Cor over de jaren zeventig. ‘Alles werd stilzwijgend aan de dokter overgelaten. In het begin van mijn praktijkjaren heb ik eens een patiënt verteld wat zijn vooruitzicht was - dacht dat het voor hem zinvol was en dat ‘t bij hem wel kon - maar ik kreeg een boze familie op mijn nek!’

 

Euthanasie, zelfbeschikking en wilsverklaring
Veel artsen ondervinden druk van patiënten of hun familie om toch maar euthanasie te verrichten. Aan de andere kant kan het voor mensen een bittere ervaring zijn als de dokter om de hete brij heen draait, niet goed communiceert, talmt en de indruk wekt net zo lang te wachten tot de patiënt overlijdt. Dat gebeurt namelijk ook.

 

Al vindt huisarts Jaap het goed dat euthanasie inmiddels wettelijk is geregeld, er zijn wel kwesties die hem bezighouden. Zoals het feit dat euthanasie in het strafrecht is ondergebracht. ‘Het is bij wet verboden om het mes in iemand te zetten, maar een chirurg doet dat ongestraft. Dat kan omdat het zo geregeld is in het medisch tuchtrecht. Ik zou niet weten waarom het op die manier niet ook met euthanasie kan.’ En: ‘Ik zou het achteraf toetsen door de regionale toetsingscommissie liever vervangen zien door toetsen vóóraf. Dan neem je de dreiging van vervolging na afloop weg. Bovendien kan dan nog iets gecorrigeerd worden.’

 

Ethicus Gert Van Dijk over euthanasie bij gevorderde dementie. ‘In hoeverre sta je toe dat iemand beslist over de persoon die hij ooit zal worden? In hoeverre hou je rekening met degene die iemand nu is? Ik neig naar het laatste. Een mens met dementie is nog steeds een mens met verlangens en behoeften. Eigenlijk moet je er dus uitstappen als je nog helder bent. Je bent of te vroeg of te laat. Onoplosbaar.’

 

Een vrouw: ‘Toen bij een zeer dierbare vriend dementie was vastgesteld, besloot hij eruit te stappen voor de ziekte hem zou overmannen. De dag vóór euthanasie zou plaatsvinden, hebben we met heel veel emotie en warmte afscheid van elkaar genomen. Helaas was hij de volgende dag zo in de war dat de arts zich moest terugtrekken. Ik kreeg mijn vriend dus heel onverwacht weer terug, maar in een staat die hij absoluut niet had gewild.’

 

Patiënten met gevorderde dementie die ondraaglijk lijden, wekken soms de indruk vooral te lijden als gevolg van bijkomende lichamelijke aandoeningen, zoals ernstige benauwdheid of pijn, maar ook angst, agressie of onrust. In die gevallen mag de arts gehoor geven aan het euthanasieverzoek, zegt het artsengenootschap KNMG.

 

Hoe helderder en preciezer je je wens noteert, des te duidelijker zal het voor zorgverleners zijn hoe ze moeten handelen. Je papieren wil in een la wegstoppen is het laatste wat je moet doen. Praat erover met je naasten. Praat erover met de dokter bij wie je onder behandeling bent, bij voorkeur met je huisarts.

 

Praktisch advies van emeritus hoogleraar huisartsengeneeskunde Betty Meyboom: ‘Als je ouder dan zeventig bent, zou je één keer per jaar moeten nadenken over hoe je het wilt. Doe het standaard op de dag na je verjaardag en maak een update van wat je vorig jaar hebt opgeschreven.’

 

Uit gegevens van het AMC blijkt dat de overlevingskans door reanimatie buiten het ziekenhuis na een plotselinge hartstilstand of ademstilstand op hogere leeftijd niet groot is. Het goede nieuws is dat 90 procent van degenen die wél overleven, na reanimatie een normaal bestaan leidt, al dan niet met een lichte stoornis.

 

Praat met je huisdokter over je wensen het liefst over vóór je klachten krijgt door ouderdom of ziekte. Dit voorkomt dat het opeens te laat is, door bijvoorbeeld een beroerte of coma. Vind je het moeilijk om het initiatief te nemen, zoek dan steun bij iemand in je omgeving. Die vertrouwenspersoon kun je naar het spreekuur meenemen.

 

Begin 2014 zei Tine dat ze lid wilde worden van de NVVE. Haar kinderen hielpen haar ermee. Het bleek de opmaat voor het uiten van een euthanasiewens. Ineens werd ze namelijk erg ziek. Haar dokter in het verzorgingshuis was de huisarts, die ze na haar verhuizing had aangehouden. Ze zei dat ze geen behandelingen en belastend onderzoek meer wilde ondergaan. Dochter Jolanda: ‘De man vroeg niet door, maar trok zich terug. Hij zei dat hij dan dus niets voor haar kon doen en daarbij bleef het zo’n beetje.’ De arts ging niet in op Tines doodswens.

 

Henny was wel oud, maar nog gezond toen ze besloot te stoppen met eten en drinken omdat ze dood wilde. Voordat ze eraan begon, regelde ze zelf van alles, rondom haar uitvaart, maar ook andere zaken. Ze schreef zich zonder enig commentaar uit bij de kerkgemeente waartoe ze behoorde. Daar schrok men van, want men kende Henny als een actief en trouw lid. Desgevraagd vertelde ze over haar voorgenomen besluit. ‘Zeg het nog eens?’ was de geschokte reactie. Henny legde het uit. Ze was zo vastberaden dat ze haar omgeving wist te overtuigen.